Login

Lost your password?
Don't have an account? Sign Up

Vluchten en leiden, een persoonlijke relatie

Er is een relatie tussen vluchten en leiderschap. Niet één van wetenschappelijke soort, maar voor mij één van een persoonlijke soort.

Twee jaar geleden voerde ik een mooi sollicitatiegesprek voor een leidinggevende functie. In dit ogenschijnlijk standaard gesprek, werden geen standaard vragen gesteld. Er werden eerst een aantal persoonlijke vragen gesteld, waarbij ik als antwoord vertelde dat ik als veertienjarige met mijn ouders uit Bosnië was gevlucht. De vraag die daarop volgde was de volgende: ‘Hoe heeft het vluchten uit een oorlogsgebied je visie op leiderschap beïnvloed?’.

Nog nooit heb ik deze vraag gesteld gekregen, niet tijdens een sollicitatiegesprek, niet tijdens welk gesprek dan ook. Ik heb deze vraag ook nog nooit aan mijzelf gesteld.Ik verbaasde mij dat er direct een punt opkwam. Ik begon aan mijn antwoord.

Oorlog bracht mij leiderschap met lef

Toen ik veertien was, woonden we nog in Bosnië, een land dat vol in oorlog verkeerde. In onze toenmalige woonplaats waren wij nog één van de weinige moslimgezinnen. In onze wijk waren we het enige gezin. De huizen van moslims waren grotendeels al ingenomen en de huizen die er nog over waren, waren zeer gewild.

Het is een warme zomerdag en wij staan buiten wat te kletsen, zoals pubers dat doen. Wij, betreft een groepje van drie. Een jongen van vijftien en orthodox (in onze woonplaats was dat in die tijd gunstig), de ander net als ik veertien en een kind uit een gemengd huwelijk (vader orthodox, moeder katholiek, redelijk ongunstig) en ik, een moslim (zeer ongunstig). Terwijl we wat staan te praten, worden we benaderd door een man van middelbare leeftijd. Niet zomaar een man, maar een man met een enorm geweer over zijn schouder. Hij stopt bij ons en zegt vrij nors het volgende: ‘Ik heb begrepen dat hier in de wijk nog een moslimhuis is, weten jullie welk huis dat is?’

In mijn hoofd breekt de hel los. Het is ons huis waarnaar hij vraagt?! Duizenden gedachten volgen elkaar op in een razend tempo. Blijf staan, niet door je knieën zakken, niet zweten, niet te schuldig kijken, adem, doe iets, spreek, niet trillen… Uit mijn ooghoek zie ik mijn vriendje (de jongen uit het gemengde huwelijk) verstarren. Terwijl ik probeer te blijven staan, hoor ik mijn andere vriendje (orthodox) volkomen vol zelfvertrouwen antwoorden dat hij geen idee heeft over welk huis het zou moeten gaan, aangezien hier geen moslims meer wonen. Hij sluit af met : ‘U bent vast verkeerd geïnformeerd.’ Ik kijk hem vol ongeloof aan, geen blos op de wangen, niets. De man geeft niet op, zijn blik en stem vastberaden. Met een kwade stem vertelt hij dat het onmogelijk is dat er hier geen moslimhuizen zijn en dat hij heel duidelijk naar deze wijk, deze straat gestuurd is. Maar mijn orthodoxe vriend is ook vastberaden en bezwijkt niet. Op een brutale toon (zoals alleen pubers dat kunnen) vertelt hij de man het volgende: ‘Ik ben hier geboren en ik ben hier opgegroeid. Ik ken hier iedereen en ik vertel u, u zit verkeerd! Als u die kant op gaat (wijst willekeurig een straat aan die de wijk uitgaat), dan kunt u wellicht een huis vinden, maar hier niet!’ De man met het geweer geeft ons nog een norse blik, draait zich om en loopt weg. We kijken in ijzige stilte naar zijn rug, tot hij de hoek omgaat en rennen zonder afscheid te nemen op een hoog tempo naar huis.

Ik schets dit verhaal gedetailleerd, zodat je wellicht kunt voelen hoe ernstig de situatie was, hoe angstig we ons voelden, maar vooral om te benadrukken hoeveel lef je moest hebben (vooral op deze leeftijd) om zo te acteren als mijn vriend van toen deed. Hoeveel lef je moest hebben om in die tijd een moreel kompas te volgen. Om te blijven kiezen voor wat klopt. Om buiten gevestigde orde te stappen.

Lef van mijn jeugdvriend heeft mijn visie op leiderschap sterk beïnvloed. Niet alleen mijn visie, maar ook mijn gedrag. Tijdens talloze vergaderingen, waarin iedereen voelt dat iets benoemd moet worden, maar het niet gebeurt, dacht ik aan mijn vriend en zei ik iets. Tijdens moeilijke gesprekken met anderen, waarin ik liever iets wilde zeggen wat heel aardig was, maar niet helemaal klopte, dacht ik aan mijn vriend en zei respectvol en eerlijk wat ik dacht. Merk ik uitsluiting op, denk ik aan mijn vriend, maak het bespreekbaar en trek waar nodig een grens. Als ik van binnen tril, omdat ik zie dat iedereen links gaat omdat het zo hoort, denk ik aan mijn vriend en probeer lef te vinden om ondanks mijn angst om anders te zijn, voor rechts te kiezen. Wanneer ik anderen wil ondersteunen, inspireren, aanmoedigen om iets te doen wat ze moeilijk vinden, vertel ik het verhaal van mijn vriend.

Bevragen van (eigen)keuzes, bevragen van status quo, vinden van het waarom en overeind houden van waarden zijn voor mij allemaal te herleiden naar die ene ongewone zomerdag en dat ene ongewone sollicitatiegesprek.

Wat heeft jouw (visie op) leiderschap beïnvloed? 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*